De grens van je kunnen

separator

Volgersvraag van @esthervkerkvoorde

De status van het schrijven was de afgelopen weken van hetzelfde kaliber als die van mijn benen. Ik vroeg dan ook via Instagram aan onze followers, wat zij het liefst wilden teruglezen in mijn volgende blog. Er kwamen genoeg onderwerpen en vragen binnen, maar het was de vraag van @esthervkerkvoorde die ik het liefst wegmoffelde: ‘Ik vraag me af waarom zoveel mensen stoppen tijdens een wedstrijd van het marathonschaatsen.’

Ikzelf heb het niet zo getroffen de afgelopen tijd qua fitheid en heb helaas ook een paar keer af moeten stappen. En natuurlijk ga ik die vraag niet wegmoffelen 🙂

Wie niet stuk wil gaan, gaat niet marathonschaatsen

@esthervkerkvoorde vroeg zich terecht af: ‘Wat is de gedachte, is het energie sparen?’ Hoewel dit bij mij niet het geval is, kan ik mij voorstellen dat deze gedachte in je op zou kunnen komen tijdens een vierdaagse. Echter een marathonschaatser in hart en nieren, schaatst het allerliefst zo lang en zo vaak mogelijk en spaart zich nooit. Wie niet stuk wil gaan, gaat vast niet marathonschaatsen.

Er zijn echter een heleboel redenen te noemen, waardoor je wellicht niet in staat bent om de wedstrijd uit te rijden. Als je geblesseerd bent, dan kan het zijn dat je de wedstrijd niet uit kunt rijden. Het marathonschaatsen gebeurt ook in teamverband. Dit betekent dat een rijder zich soms opoffert en maximaal gaat om een gat dicht te rijden, om iemand terug te rijden of om de snelheid van het peloton omhoog te brengen. Soms zie je dat een rijder de finale aantrekt en dan ineens de benen stilhoudt. Op binnenbanen en goed ijs, ligt de snelheid erg hoog. Voor een foutje ben je dan snel gestraft. Sommige rijders hebben wat minder basissnelheid en haken niet heel gemakkelijk aan na een actie. Ook na een valpartij is het vanwege de snelheid in het peloton erg moeilijk om terug te komen. Dan is er natuurlijk ook nog een technisch verhaal. De één rijdt wat makkelijker en soepeler dan de ander, waardoor het minder energie kost om te schaatsen. Dan is er natuurlijk ook nog het mentale aspect. Het is belangrijk dat je je lange tijd kunt concentreren. Als je vermoeid bent of dit niet goed kunt is het ook lastiger om de wedstrijden uit te kunnen rijden.

Registratie hartslag

Om even te laten zien, hoeveel we vragen van ons lijf heb ik mijn hartslagen eens geregistreerd tijdens een wedstrijd.

Als ik wakker word en in bed lig, heb ik meestal een hartslag rond de 38 slagen per minuut.

Als ik achter mijn bureau zit, dan kun je denken aan een hartslag rond de 58 slagen per minuut.

Als ik een rustige duurrit op de racefiets doe, dan zit ik rond de 120 slagen per minuut.

Als ik rustig schaats, dan zit ik rond de 142 slagen per minuut.

Ik heb een goed getraind lijf en we trainen in verschillende hartslagzones om ons voor te bereiden op wedstrijden. Die wedstrijden zijn onze piekmomenten. Bij de dames rijden we op de baan meestal 80 ronden van 400 meter. Op natuurijs variëren de wedstrijden tussen de 60 en 200 kilometer. Echter zijn er dan geen bochten en liggen de snelheden lager dan op kunstijs.

Hieronder mijn hartslagbestand:

hartslag
Met de waaromvraag kunnen we dus alle kanten op! In ieder geval speel je lange tijd rondom de grens van je kunnen. Soms denk je dat je de deur hebt dicht gedaan, maar komt de man met de hamer toch ongewenst binnen om even hallo zeggen 🙂

Meer lezen van Kimberly?

Bericht delen via: