In weer en wind

separator
Annecy 2016
Ondanks dat veel ijsbanen overdekt zijn, speelt het weer een belangrijke rol in het leven van een schaatser. Vooral in dat van Pim. Naast de invloed van het weer op zijn trainingen, houdt hij het weer nauwlettend in de gaten voor de werkzaamheden op de boerderij. Pim vertelt waar hij op let, waarom en hoe.

In de winter staan er naast de schaatstrainingen gemiddeld één tot drie fietstrainingen op het schema. In de zomer drie tot zes met daarbij nog twee skeelertrainingen. Dus ondanks dat schaatsen meestal een binnensport is, zijn de meeste trainingen buiten in de openlucht. Schaatsers houden het weer in de gaten om droog te kunnen trainen.

Voor mij persoonlijk is het weer extra belangrijk, omdat wij op een boerderij wonen. Bij een aantal droge, het liefst zonnige, dagen maaien wij het gras om te kuilen voor de winter. Hierdoor houd ik het weer nauwlettend in de gaten.

Invloed van weersomstandigheden op trainingen en wedstrijden

Regen is voornamelijk vervelend tijdens het trainen. Niet omdat je er nat van wordt, maar vooral omdat je er koud van wordt. Het doel van trainen is om steeds beter te worden. Wanneer je verkleumt, belemmert dit je proces om beter te worden. Daarnaast heb je meer kans om ziek te worden, wat je te allen tijde wilt voorkomen. Als het regent tijdens een skeelertraining, dan stoppen we. De kans op valpartijen wordt vergroot omdat het glad wordt en daarnaast kunnen de lagers van de skeelerwielen slecht tegen regen.

Naast regen kan er harde wind staan, maar dit is geen reden om niet te gaan trainen. Wind heeft geen grote invloed op de trainingen, maar een des te grotere invloed op een wedstrijd. Wedstrijden worden veel zwaarder en je moet goed opletten wanneer de wind van de zijkant komt, daarnaast kan de wind een grote invloed hebben op het verloop van een wedstrijd.

De eerste en laatste wedstrijd van het schaatsseizoen is in Amsterdam. Dit is één van de weinige ‘open’ 400 meter ijsbanen in Nederland.

Voorbereiding op trainingen

Voordat ik ga trainen, kijk ik altijd op weeronline.nl. Bij goed weer en een temperatuur boven de 16 graden, dan fiets ik in een korte broek. Als er buien aan de lucht zijn, probeer ik te kijken of ik mijn fietsrondje zo kan indelen dat ik geen, of zo weinig mogelijk buien zal krijgen. Als ik de hele dag de tijd heb om te trainen, dan stel ik mijn training soms uit, als het weer later op de dag beter lijkt te worden.

Naast weeronline, kijk ik vaak op buienradar.nl, knmi.nl en de Noorse site yr.no (een site over motregen). Ik kijk op verschillende sites om een zo goed mogelijk beeld te krijgen waar de bui gaat vallen.

Bij slecht weer draai ik mijn trainingen soms om. De duurrit van 5 uur die voor vandaag gepland staat, doe ik morgen met (hopelijk) goed weer en de korte intervaltraining doe ik vandaag in de regen. Ik skeeler dus niet in de regen, maar als het niet anders kan, dan fiets ik wel in de regen.

Hierbij houd ik in de gaten dat ik wel beter moet worden van de training. Dus soms kort ik de route in en ik houd rekening met mijn kleding. Ik monteer een (achter)spatbordje en neem een regenjas mee. Ik trek zwarte sokken aan, want witte sokken zijn na de rit zwart 😉 Als het niet te koud is en er valt of en toe een bui, dan doe ik vaseline op de knieën in plaats van een lange broek. Door de vaseline krijg je het minder koud, en droog je sneller op dan wanneer je een lange (natte) broek draagt.

Als je dan toch natgeregend bent tijdens het fietsen:

  • Maak meteen je fiets schoon en droog je ketting. Het is gemakkelijker schoonmaken wanneer alles nog nat is. Vet de ketting daarna opnieuw in.
  • Een oude truc die goed werkt: kranten in je wielerschoenen. De kranten nemen het vocht op uit je schoenen.

Bericht delen via: